Gepolierde betonvloer of bedrijfsvloer: wat is normaal en wat is een gebrek?
Oneffenheden, schoteling, kleurverschillen, stof en slijtage, vlekken en een loskomende slijtlaag: hoe ze beoordeeld worden en wat u zelf vastlegt
Kleurverschillen, lichte vlekken en wat stof in de eerste maanden horen bij een ter plaatse gestorte, gepolierde betonvloer. Een gebrek wordt het wanneer de vloer niet haalt wat vooraf is afgesproken, zoals de vlakheidsklasse of de slijtvastheid, of wanneer de slijtlaag of een dun oppervlaktelaagje hol klinkt en loskomt. Een boorkern toont of de slijtlaag loskomt of het beton eronder delamineert; dat wijst de richting van de oorzaak, al is die achteraf niet altijd eenduidig.
Is een betonvloer met kleurverschillen een gebrek?
Meestal niet. Een ter plaatse gestorte betonvloer is een industriële vloer, en volgens TV 267 (hoofdstuk 3, p. 33) weegt de functie zwaarder dan het uitzicht, ook in een woning. Wolkige tinten, een witte waas of afwijkingen langs muren zijn eigen aan het vloertype. Ontwerper en uitvoerder horen de bouwheer daarover vooraf in te lichten (Infofiche 53.04).
De tint hangt onder meer af van cement, waterdosering, pigment en nabehandeling (TV 267 §3.1). Een nabehandelingsproduct (curing compound) slijt ongelijk af en geeft tijdelijk glansverschillen. Een witte kalksluier ontstaat waar het beton lang nat bleef, bijvoorbeeld onder een plas, en slijt weg bij gebruik (Infofiche 53.04). Langs muren en kolommen wordt met de hand afgewerkt, met een andere tint als gevolg. Wie een gelijkmatige kleur verwacht, kiest volgens Infofiche 53.04 beter tegels of een harsvloer. Kleine kratertjes tot 50 mm² worden in beperkte aantallen aanvaard, en een herstelling valt vaak meer op dan het kratertje (TV 267 §3.3.2).
Hoe vlak hoort een bedrijfsvloer te zijn?
Zo vlak als de vlakheidsklasse in het bestek. Staat er niets, dan geldt volgens TV 267 (§2.16.4.2, p. 29) klasse IV: een afwijking tot 9 mm onder een lat van 2 m. Voor woningen wordt meestal klasse II (5 mm) gekozen. Een hoogstapelmagazijn met smalle gangen vraagt veel meer. De vloer haalt zijn klasse als minder dan 5 % van de metingen buiten de tolerantie valt en die afwijkingen binnen de volgende klasse blijven (voor klasse IV onder 12 mm); een waterpas of laser meet het peil, niet de vlakheid (TV 267 §2.16.4.3; Infofiche 53.01).
Gemeten wordt met een lat van 2 m met blokjes aan de uiteinden, in een raster van 4 op 4 m; binnen 20 cm van muren geldt één klasse soepeler (§2.16.4.3, p. 30). Enkele losse metingen volstaan niet om de hele vloer af te keuren (p. 31).
Randen die opkrullen, heten schoteling: het oppervlak droogt en krimpt sneller dan de onderkant (Infofiche 53.03; TV 267 §7.1.1.2). Daarom beveelt TV 267 aan de vlakheid binnen drie dagen na de uitvoering te meten. Haarscheurtjes tot ongeveer 0,1 mm zijn niet te vermijden (§3.3.3); meer daarover in ons artikel over scheuren in muur of vloer.
Is stof of slijtage van een nieuwe betonvloer normaal?
Stof in de eerste maanden wel. Het afslijtende nabehandelingsproduct, uitbloeiingen en de cementhuid geven tijdelijk poeder, dat meestal afneemt naarmate de vloer gebruikt wordt (TV 267 §2.6; Infofiche 53.06). De werkelijke stofafgifte valt pas te beoordelen als het nabehandelingsproduct volledig weg is (Infofiche 53.06). Snelle slijtage met ruwe plekken en blootliggende korrels is een ander verhaal. Minerale olie en vet tasten beton niet aan maar laten blijvende vlekken; plantaardige vetten kunnen verzuren en het oppervlak aantasten. Vlekbestendigheid wordt nooit gewaarborgd (TV 267 §2.9.1; Infofiche 53.08).
Voor stof bestaan geen criteria, voor slijtvastheid wel. Het lastenboek hoort een slijtbelastingsklasse te vermelden; zonder vermelding geldt de lichte (TV 267 §2.5.1). Gemeten wordt met de Böhmeproef op boorkernen. In het geval van Infofiche 80 bleek een vloer met ruwere zones zelfs de lichte klasse niet te halen.
Waarom komen er stukjes los uit een gepolierde betonvloer?
Dan speelt een van twee mechanismen, en het onderscheid telt. Bij het loskomen van de slijtlaag breekt de toplaag af op de grens met het beton eronder, omdat het beton bij het afwerken al te ver verhard was. Over een groot oppervlak wijst dat vaak op te late afwerking, plaatselijk op ongelijk bindend beton: verschillende mixers, toegevoegd water, tocht aan een poort (Bouwgebrek 113; Infofiche 53 §9). Bij delaminatie ligt het breukvlak dieper, door lucht of water onder het dichtgepolierde oppervlak (Infofiche 89).
Beide geven holle klank en schilfers, bij delaminatie meestal 3 à 10 mm dik, bij een loskomende slijtlaag dunner. Een loskomende slijtlaag toont zich meestal snel na de uitvoering, delaminatie soms pas maanden later. Delaminatie is sterker rond de gezaagde krimpvoegen; Infofiche 89 wijst meestal een te hoog luchtgehalte aan en vraagt het tot 3 % te beperken. Een boorkern met microscopisch onderzoek toont welk mechanisme speelt. Plaatselijke herstellingen blijven zichtbaar (Infofiche 53, §9).
Wat u ziet en wat het kan betekenen
| Wat u ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat u nagaat |
|---|---|---|
| Wolkige tinten, glansverschil, andere tint langs muren | Eigen aan het vloertype, nabehandelingsproduct, manuele afwerking | Wat bestek en offerte beloofden |
| Witte waas of lichte vlekken | Kalk die naar het oppervlak trok; te vroeg afgedekt met dampdichte folie | Plassen tijdens de werken, soort en duur van de afdekking |
| Opkrullende randen, heftruck die uit het lood staat | Schoteling, onvoldoende vlakheid, of een te lichte vlakheidsklasse in het bestek | Vlakheidsklasse, meting met lat en blokjes |
| Wit poeder op schoenen | Nieuwe vloer, afslijtend nabehandelingsproduct, of zwakke slijtlaag | Ouderdom van de vloer, verloop in de tijd, slijtbelastingsklasse |
| Donkere vlekken onder machines of in de keuken | Olie of vet dat in het beton trok; plantaardig vet kan verzuren en het oppervlak aantasten | Wat gemorst werd en hoe snel het werd opgenomen |
| Holle klank, schilfers, uitbrokkeling | Loskomende slijtlaag of delaminatie | Waar het zit (voegen, poort, overal), wanneer het begon |
Een herkenbaar verloop
Kort na de ingebruikname van een nieuwe hal klinkt de vloer op enkele plaatsen hol en breken langs een zaagsnede dunne schilfers af. De gaten worden met harsmortel gevuld; het jaar erop verschijnen nieuwe zones. Pas een boorkern maakt duidelijk of de slijtlaag loskomt dan wel of het beton eronder delamineert, en dus waar de oorzaak te zoeken is: in het afwerkingsmoment of in het betonmengsel.
Wat kunt u zelf nagaan?
Heel wat, zolang er nog niet hersteld, geschuurd of overgepolierd is, want daarna is het oorspronkelijke oppervlak weg. Leg vast wat u ziet en wanneer, en zoek op wat vooraf werd afgesproken: de meeste discussies draaien om de vraag wat de vloer beloofde.
- Lees bestek en offerte na: vlakheidsklasse, slijtbelastingsklasse, slijtlaagmengsel, beloftes over uitzicht.
- Fotografeer met scherend licht en een meetlat, met datum. Markeer holklinkende zones met krijt.
- Noteer het verloop: vermindert het stof, groeien de losse zones, zitten ze bij voegen of een poort?
- Verzamel de werfgegevens: leverbonnen van het beton, weer tijdens het storten, of het gebouw al dicht was, hoe de vloer werd afgedekt, en of er een plaatsbeschrijving is opgemaakt. Die vindt plaats vóór andere partijen op de vloer komen en ten laatste drie dagen na de werken (TV 267 §8.2.1.
- Onderhoud zoals TV 267 (§9.1) het vraagt en bewaar de producten die u gebruikt.
- Laat niets wegschuren of overschilderen voor de oorzaak vastligt: een boorkern uit een onaangeroerde zone zegt meer dan een herstelde plek.
Wanneer helpt een expertise?
Wanneer de slijtlaag loskomt, de vloer sneller slijt dan verwacht of u het oneens bent over vlakheid of uitzicht. Liefst vóór er hersteld wordt. Een meting volgens de methode van TV 267 en zo nodig boorkernen maken van een meningsverschil een vaststelling.
Wie aansprakelijk is, hangt af van contract en oplevering; daarvoor raadpleegt u een advocaat. Meer over onze aanpak bij bouwgeschillen en als technisch raadsman.
Een gepolierde betonvloer blijft een industriële vloer: tintverschillen horen erbij. Een slijtlaag die hol klinkt en loskomt, hoort er niet bij.
ir. Ben Verlinden
Vragen over betonvloer: normaal of gebrek?
Mag ik een nieuwe gepolierde betonvloer afdekken tijdens de verdere werken?
Liefst niet met een dampdichte folie, en zeker niet te vroeg. Buildwise Infofiche 82 toont hoe zo'n folie op jong beton condensatie aan de onderzijde kan veroorzaken, met lichte vlekken als gevolg, vooral waar de banen overlappen en waar de zon binnenvalt. Karton laat het beton verder uitdrogen; haal het weg zodra de werken het toelaten (Infofiche 82). De nabehandeling van het jonge beton blijft wel nodig.
Hoe onderhoud ik een gepolierde betonvloer zonder vlekken te maken?
TV 267 (§9.1, p. 71) raadt een pH-neutrale zeep aan en geen zure, alkalische of schurende middelen. Gemorste olie, vet of zuur neemt u meteen op, bijvoorbeeld met zand of houtschilfers, waarna u met zuiver water spoelt. Droog de vloer na het poetsen, om kalksluiers te vermijden, en behandel een kalksluier niet met kalkoplosser of azijn. Een impregnatie of een was kan de vloer extra beschermen.
Kan een vloerenlegger een bepaalde slijtvastheid garanderen?
Niet voor elke vierkante meter. Volgens TV 267 (§2.5.2, p. 20) hangt de slijtvastheid mee af van mengsel, weer en nabehandeling, maar haalt een klassieke slijtlaag op basis van kwarts doorgaans de middelmatige klasse. De klasse hoort in het lastenboek te staan; zonder vermelding geldt de lichte (§2.5.1, p. 19). Bij twijfel wordt ze gemeten met de Böhmeproef op boorkernen uit een weinig belaste zone, zoals in het geval van Infofiche 80.
Gerelateerd
Bespreek uw dossier
Een eerste gesprek is vrijblijvend. Plan meteen een moment in, of stel uw vraag via het formulier.
Laatst bijgewerkt: