Kennis

Geluidsoverlast in een appartement: waar komt het geluid vandaan?

Loopgeluid na een nieuwe vloer, lawaai uit de traphal of de ventilatie, meer straatlawaai na nieuwe ramen: oorzaken onderscheiden, wat de norm vraagt en wat u zelf vastlegt

Begin bij het soort geluid. Stappen, schuivende stoelen en vallende voorwerpen zijn contactgeluid; hoort u vooral de stappen van de bovenburen na een nieuwe harde vloer, dan ligt de oorzaak meestal in de vloeropbouw. Stemmen en televisie zijn luchtgeluid, dat door de wand zelf gaat, via aansluitende muren of langs een zwakke plek zoals een kier onder de voordeur. Of de isolatie aan NBN S 01-400-1 voldoet, toont alleen een meting ter plaatse.

Geluidshinder tussen appartementen lijkt een burenkwestie, maar heeft vaak een bouwtechnische oorzaak die te vinden en te meten is.

Welk soort geluid hoort u?

Het onderscheid bepaalt waar u zoekt. Contactgeluid ontstaat wanneer iets de constructie raakt: stappen, schuivende stoelen, een vallend speelgoedje. Luchtgeluid ontstaat in de lucht: stemmen, muziek, televisie. Daarnaast is er lawaai van technische installaties, zoals ventilatie, en buitenlawaai dat door de gevel komt.

Volgens TV 281 (§1.4, p. 7) brengt contactgeluid veel meer energie in de constructie dan luchtgeluid, en beide gaan niet alleen door de scheidende vloer of muur, maar ook flankerend via aansluitende muren. Bij boven elkaar gelegen appartementen ligt contactgeluid bovendien extra gevoelig (§1.3).

Wat vraagt de Belgische norm?

De norm NBN S 01-400-1 legt vast welke lucht- en contactgeluidsisolatie een woongebouw hoort te halen, en hoeveel lawaai installaties mogen maken. Ze werkt met drie klassen; klasse C is het minimum. De norm noemt haar criteria zelf regels van de goede praktijk (§1, p. 7). Een wet in strikte zin is ze dus niet.

  • Welke uitgave. De uitgave 2022 geldt als regel van goede praktijk voor gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag na 1 januari 2023 is ingediend; daarvoor gold de uitgave 2008 (§1, p. 7). Studentenkamers en vakantiewoningen vallen erbuiten.
  • Een grenswaarde. Voor contactgeluid naar een woning hoort het gestandaardiseerde contactgeluidniveau L'nT,w in klasse C ten hoogste 52 dB te zijn (§6.2, Tabel 2, p. 20); lager is beter. Bij een meting ter plaatse geldt een tolerantie van 2 dB, of 4 dB in ruimten kleiner dan 25 m³ behalve slaapkamers (§6.4, p. 21).
  • Vloerafwerking. De eisen gelden ongeacht de gekozen vloerafwerking (§6.1, p. 20). De structuur moet het contactgeluid tegenhouden, niet het tapijt (WTCB-Contact 2012/3, p. 17).
  • Verbouwing. Bij renovatie laat de norm afwijkingen toe, op voorwaarde dat de ontwerper ze vooraf schriftelijk meldt (§11, p. 27). De bouwheer hoort zo'n afwijking op zijn beurt aan kandidaat-kopers of -huurders te melden, vóór de koop of huur; koopt of huurt u in een omgebouwd gebouw, vraag dan of zo'n melding bestaat. Voor werken zonder bouw- of verbouwingsaanvraag geldt de norm volgens TV 281 (§1.2, p. 7) niet.
  • Stilte bestaat niet. Ook in een gebouw dat voldoet, blijven sommige geluiden van de buren hoorbaar (inleiding, p. 6).

Hoe wordt geluidsisolatie gemeten?

Met een gestandaardiseerde meting ter plaatse, niet met het oor. Voor luchtgeluid zendt men geluid uit in de ene ruimte en meet men het verschil met de ruimte ernaast. Voor contactgeluid tikt een klopgeluidmachine op de vloer boven en meet men het niveau eronder. Een gekwalificeerd akoestisch deskundige voert de metingen uit of keurt ze goed.

De methodes staan in NBN EN ISO 16283-1 en -2 (§5.1 en §6.1, p. 19-20). Ventilatielawaai meet men met de installatie op haar ontwerpdebiet (§8.2, p. 23).

Waarom hoort u de bovenburen meer na een nieuwe vloer?

Omdat de vloer die het contactgeluid dempte, verdwenen is. Een tapijt of een soepele vloerbekleding vangt de klap van een stap op; een parket of tegelvloer die rechtstreeks op de dekvloer verlijmd is, doet dat nauwelijks. Zonder zwevende dekvloer eronder komt de trilling dan vrij in de constructie terecht.

Buildwise Infofiche 94 beschrijft dit geval na het vervangen van tapijt door verlijmd parket. Ook een zwevende dekvloer kan falen: Infofiche 93 en TV 281 (§3.6.3, p. 48) noemen ontbrekende randstroken, een harde voeg onder de plint en doorgeprikte of slecht overlappende matten. Al enkele zulke contactbruggen doen de contactgeluidsisolatie sterk dalen.

Welke geluiden wijzen op welke oorzaak?

Het soort geluid, het moment waarop de hinder begon en de plaats waar u het hoort, wijzen samen meestal in één richting. Onderstaand overzicht is een vertrekpunt om pistes te ordenen, geen diagnose: pas een meting en een onderzoek ter plaatse sluiten een oorzaak uit.

Wat u hoort Waarschijnlijke oorzaak Wat u nagaat
Stappen van boven, sinds een nieuwe vloer Harde vloer rechtstreeks op de dekvloer Datum van de werken, oude en nieuwe vloer
Loopgeluid vanaf de oplevering van een nieuw gebouw Geluidsbruggen in de zwevende dekvloer Plintvoegen, contact tussen vloer en muur
Stemmen uit de traphal Kier onder de voordeur, geen afgesloten inkomhal Sluit de valdorpel? (Bouwgebrek 122)
Geblaas bij de ventielen Ventielen te ver dichtgedraaid Stand van de ventielen, inregelrapport (Bouwgebrek 124)
Meer straatlawaai na nieuwe ramen Slecht afgestelde dichtingen, akoestisch ongeschikt glas Tocht aan de vleugels, glasopbouw (Infofiche 91)

Een herkenbaar verloop

Na jaren rust hoort een eigenaar plots elke stap van boven. De bovenbuur heeft het tapijt vervangen door een verlijmde houten vloer. Er volgen verwijten over en weer, tot een meting uitwijst dat het contactgeluid ruim boven de waarde ligt die de norm voor nieuwbouw vraagt. De norm is op zo'n vloerwissel niet rechtstreeks van toepassing, maar de meting maakt het verschil met vroeger meetbaar. De discussie gaat dan niet langer over gevoeligheid, maar over de vloeropbouw.

Wie is verantwoordelijk?

Dat volgt uit de oorzaak, en die moet eerst vaststaan. Een geluidsbrug uit de bouwfase wijst naar ontwerp of uitvoering, een latere vloerwissel in een ouder gebouw naar de nieuwe vloerafwerking in combinatie met de bestaande vloeropbouw. In een recent gebouw waarop de norm van toepassing is, hoort de vloeropbouw zelf te volstaan, ongeacht de vloerafwerking. Wie juridisch aansprakelijk is, hangt ook af van contracten, het reglement van het gebouw en termijnen; daarvoor raadpleegt u een advocaat.

Wat kunt u zelf nagaan?

Veel, en zonder meetapparatuur. Leg vast wat u hoort, wanneer en sinds wanneer, voordat er iets aangepast wordt: een vaststelling achteraf toont niet meer hoe het was. Een goed logboek helpt later ook de deskundige om de meting op het juiste moment en in de juiste kamer te doen.

  1. Houd een logboek bij: datum, uur, soort geluid (contact of lucht) en kamer.
  2. Noteer de wijzigingen: nieuwe vloer, nieuwe ramen, ventilatie opnieuw ingesteld, met de datum.
  3. Kijk naar de zwakke plekken: de onderkant van de voordeur, plintvoegen, de stand van de ventielen.
  4. Verzamel de stukken: plannen, lastenboek, eventuele akoestische rapporten, het reglement van het gebouw, en de datum van de bouwaanvraag; die bepaalt welke uitgave van de norm van toepassing is.
  5. Breek niets open en laat niets aanpassen voor de oorzaak vaststaat.
  6. Spreek eerst met de buur of de syndicus. Een onafhankelijke meting kan in een bemiddeling een gedeeld vertrekpunt zijn.

Wanneer helpt een expertise?

Zodra de hinder aanhoudt en de partijen het niet eens zijn over de oorzaak, of wanneer een ingrijpend herstel op tafel ligt. Volgens Infofiche 93 is het herstel van een slecht uitgevoerde zwevende dekvloer zeer ingrijpend. Een meting volgens de norm, gecombineerd met een onderzoek naar de oorzaak, verschuift de discussie van gevoel naar feiten.

Meer over onze aanpak bij bouwgeschillen en als technisch raadsman.

Geluid neemt zelden alleen de kortste weg door de vloer of de muur. Wie de oorzaak wil kennen, moet eerst weten welk soort geluid hij hoort.

ir. Ben Verlinden

Vragen over geluidsoverlast in een appartement

Mag mijn bovenbuur zomaar parket leggen in plaats van tapijt?

Technisch is de vraag wat de vloer daarna nog dempt. Een harde vloer die rechtstreeks op de dekvloer verlijmd is, dempt contactgeluid weinig tot niet (Buildwise Infofiche 94). TV 281 (§1.2, p. 7) vermeldt dat de norm niet van toepassing is op werken waarvoor geen bouw- of verbouwingsaanvraag nodig is. Of uw buur iets moet aanpassen, hangt af van het reglement van het gebouw en van het burenrecht. Daarvoor raadpleegt u een advocaat.

Kan ik zelf meten met een app op mijn smartphone?

Een app geeft u een indruk van het geluidsniveau, maar geen resultaat dat u aan de norm kunt toetsen. NBN S 01-400-1 legt een meetmethode vast volgens NBN EN ISO 16283-1 en -2, met een gestandaardiseerde klopgeluidmachine voor contactgeluid, en laat de metingen uitvoeren of goedkeuren door een gekwalificeerd akoestisch deskundige (§5.1 en §6.1, p. 19-20). Uw eigen notities blijven wel waardevol als vaststelling van de hinder.

Helpt een verlaagd plafond bij mij tegen het loopgeluid van boven?

Meestal niet genoeg. Contactgeluid gaat niet alleen door de vloer naar beneden, maar ook via de muren die aan die vloer vastzitten. TV 281 (§3.6.1, p. 44) en Buildwise Infofiche 94 wijzen erop dat een verlaagd plafond daarom alleen zelden volstaat; ook voorzetwanden zijn dan nodig. Ingrijpen aan de bron, in het appartement erboven, is volgens Infofiche 94 de doeltreffendste weg.

Gerelateerd

Bespreek uw dossier

Een eerste gesprek is vrijblijvend. Plan meteen een moment in, of stel uw vraag via het formulier.

ir. Ben Verlinden
ir. Ben Verlinden Erkend gerechtsdeskundige (EXP-135222040), technisch raadsman en gediplomeerd onderhandelaar. Meer over Ben Verlinden.

Laatst bijgewerkt:

BV

Buro Verlinden Assistent

Online - Antwoord binnen enkele seconden
Welkom bij Buro Verlinden! Hoe kan ik u vandaag helpen? U kunt mij vragen stellen over onze diensten, onze expertise, of een afspraak inplannen. Deel hier geen vertrouwelijke dossiergegevens; zie onze privacyverklaring.